7 - 30 juni Chesapeak Bay & Delaware Bay (foto's Chesapeake)

Mooie ontmoetingen langs de Chesapeake 7 – 11 juni 2009

De Chesapeake Bay is een baai van bijna 200 mijlBruggen bij Norfolk lang met enorm veel zij rivieren. Een soort IJsselmeer in je dromen dus. De Engelse John Smith is de eerste geweest die tussen 1607 en 1609 in een open 30 ft boot ongeveer 3000 mijlen op de Chesapeake heeft afgelegd om deze in kaart te brengen. Het is in de tijd van Pocachontas, de dochter van chief Powhatan. Voor we de Chesapeake in gaan maken we een stop in Norfolk, hier is de grootste marine basis van de wereld. De stad zelf is keurig, met een klein historisch gedeelte en op loop afstand van de dinghydock een enorme mooie mall.  We bezoeken het museum Nauticus en natuurlijk de Battleship Wisconsin. Het is enorm druk in het museum. Het museum bestaat de dag dat we het bezoeken 15 jaar en daarom is de toegang gratis. Leuk dat het gratis is, maar het publiek dat er op af is gekomen is weer even wat anders.  Bij de ‘doe’-onderdelen van het museum worden de kinderen aan de kant geduwd door de grotere en brutalere kinderen. Ook sommige ouders zijn rijp voor een cursus ‘how to behave in public’. Verder vinden we het museum teveel informatie op een te drukke manier probeert te laten zien. De Wisconsin is indrukwekkend groot. Helaas is het nog in het bezit van de marine, waardoor we niet naar binnen kunnen en alleen op het teakdek kunnen rondlopen. Nooit geweten dat de houten pluggen in het teakdek hier ‘Dutchmen’ worden genoemd.  Maar ja, gratis hè.

Als we terug zijn op de ankerplek komt er een bootje langs varen. ‘Bonjour’ roept de goede man ‘Hello, we are Dutch.’ is gelijk ons antwoord. ‘Oh, hoe gaat het. Ik heb in Amsterdam gewoond.’ Klinkt het met een zwaar Amerikaans accent en vervolgens of we nog hasjiesj hebben…..Bob blijkt op de boot in de haven te wonen en we zijn welkom voor een biertje, maar na die hasjiesj opmerking hebben we daar niet echt behoefte aan. Hij geeft ook door dat er een cadeautje is voor onze jongens bij het kleine bootje dat verderop op de ankerplek ligt. Na een half uur komt er een andere dinghy langs. Hij komt namens dat zelfde bootje een zelfgemaakte balansweegschaal brengen. Zo te zien is het met zorg gemaakt en we vragen ons af waarom we het krijgen. De boodschapper wist het ook niet helemaal. Gijs, Meike en ik gaan met de dinghy even bij de afzender langs. De tandenloze Floyd is volgens mij in de 70. Zijn boot (zonder bijboot) is een enorme chaos en ziet er uit als een woning van een zwerver. Een enorme zooi in de kajuit, alles op elkaar gestapeld, eten, klus spullen en dollars liggen willekeurig door elkaar. Floyd is helemaal in de 7e hemel, want hij heeft 3 dagen geleden een kleinzoon gekregen. Hij zag onze jongens en wist dat hij nog iets leuks voor hen op de boot had liggen. Zodoende…. De logica was ik een beetje kwijt in zijn verhaal.  Hij had volgens mij vooral behoefte aan een praatje.  Hij vertelt verder, hij is een chemicus en is bezig om een boek te schrijven over chemie voor kinderen van Gijs z’n leeftijd. Als ik hem vertel dat Gijs z’n beide opa’s chemici zijn, lijkt hij in ons vrienden voor het leven te zien en houdt hij niet meer op met vertellen. Vliegdekschip bij Hampton RoadsVervolgens duikt hij weer in zijn stoffige werkplaats  en haalt hij een blauw transparant stuk plastic en geeft ons een stuk mee. Daar kunnen we mee naar de wolken en de sterren kijken. Het is enorm aandoenlijk en triest tegelijk. We nemen afscheid en danken hem nogmaals voor de mooie cadeautjes.

Bij het verlaten van Norfolk zien we pas hoe groot de Hampton Roads marinebasis is. Er liggen tientallen schepen op een rij, allemaal zwaar bewaakt. Er liggen gewoon 4 vliegdekschepen op een rij, en die zijn groooot. Ook vaart er net een onderzeer uit en iedereen moet 500 yards uit de buurt blijven ‘otherwise deadly force will be used’ horen we vrolijk op de VHF.

We zetten koers naar de Poqueson river of was het toch de Mobjack Bay. Er zijn zoveel zij rivieren vanaf de Chesapeake dat we even een discussie hebben welke ankerplaats we nou bedoelen. Het wordt de Chisman Creek bij de Poqueson. We zijn wat teleurgesteld dat het water overal zo modderig en vies is, en vinden een klein strandje waar we even verkoeling zoeken. Ties gaat op jacht naar krabben en komt onder de modder terug. Hij heeft even een modderbadje genomen en hij stinkt…. Eenmaal terug op de ankerplaats komt er een man aan varen met zijn kano. Hij is er door zijn vrouw op af gestuurd. Ze wonen aan de andere kant van de baai en konden niet goed lezen waar we vandaan komen. Zijn vrouw houdt namelijk bij welke schepen er allemaal komen liggen, tja, je kan er maar druk mee zijn. Vlak voor zons ondergang komt nog een boot op de anker plek. Hoe is het mogelijk, het is de Jonathan. Zij zijn buitenom vanuit Beaufort gekomen en komen net de Chesapeake op. We sluiten de dag af met een gezellige borrel bij hun aan boord.

De volgende dag zetten we vroeg de koers naar Tangier Island. De 2 pilots die we hebben geven een totaal andere diepgang aan en ook de kaart is tegenstrijdig. De ene raadt zelfs aan om de veerboot er maar naar toe te nemen. We hebben de haven even gebeld en volgens de dame aan de telefoon is de diepgang geen probleem en is er plek genoeg. We komen met hoog water aan en het gaat inderdaad prima. Als er niet op de VHF wordt gereageerd, bel ik maar de haven op. Ik krijg de vrouw van de havenmeester aan de telefoon. Hij moest toch ergens rondlopen. ‘I know nothing from boats, I hate boats.’ weet ze me te vertellen…. Was dit dezelfde dame die zij dat het met die diepgang wel goed zat? De box die we krijgen toegewezen is echter te ondiep en we lopen gezellig vast. We mogen aan het dock voor het havenkantoor. Overal om ons heen zijn klein crabshacks waar krabbenvangers hun waar uitladen en in manden stoppen of in waterbassins. Op de kant, alleen maar houten huisjes en rondrijdende golfkarretjes.

We lijken wel een bezienswaardigheid. Dat we met onze diepgang en zo’n groot zeiljacht daar langskomen vinden ze erg bijzonder. De kinderen doen er nog een schepje bovenop en klimmen als een stel apen in de mast naar de eerste zaling, er worden volop foto’s van gemaakt. We raken aan de praat met Milton Parks, de 78 jaar oude havenmeester. We leren hem uiteindelijk kennen als de master in de oneliners, wat een schitterende uitspraken heeft hij. Hij is zelf 57 jaar krabvisser geweest en is  40 jaar geleden begonnen met ligplaatsen rondom zijn crabshack. Hij heeft enorm veel mooie verhalen. Tangier Islands is een authentiek eiland met nu nog rond de 500 inwoners. Het zakt langzaam weg in zee, maar als je vraagt waarom ze geen dijken bouwen kijken ze je verslagen aan. Ze hebben het gevoel te worden vergeten door de overheid (zeker nu de vis licenties worden beperkt). Zelfs in New Orleans was geen geld voor de dijken, laat staan hier bij hun. Er is een onderscheid tussen de ‘came-here’ en de ‘been-here’, ofwel nieuw op het eiland of geboren en getogen. De voornaamste inkomsten zijn de krabben. Overal zijn dan ook krabben boten te zien, en in elk restaurant staat krab op het menu. De krabben worden gevangen en vervolgens in een waterbassin gehouden. Als ze van hun vel wisselen en een zachte huid (shell) hebben, zijn ze lekker om te eten en worden ze aan restaurants verkocht. Dit moet je 24 uur per dag om de 2 uur controleren! Als we langs een krabbenvanger komen, geeft hij ons uitleg…. We verstaan er alleen bijna geen woord van. Milton geeft ons een tour

Milton biedt ons een rondtour over het eiland aan in zijn golfkarretje en we klimmen er met z’n allen in. Het staat vol met houten huizen en er worden steeds meer huizen verhoogd om bescherming te bieden tegen het toenemende hoge water dat in het voor- en najaar voor overstromingen zorgt. Iedereen zwaait naar elkaar en Milton roept naar elke dame ‘Hi, sweety’. Als er even wordt gestopt voor een praatje is er geen woord meer van te verstaan. Onderling spreken ze een oud dialect. Op het gelovige eiland kan je geen alcohol kopen. Maar zoals Milton mooi zegt:  ‘ For a dry island, it is pretty wet you know.’ We eten na de tour een ijsje in de 50 jarige stijl ijssalon Sparky’s. De eigenaar ,en onderwijzer, en basketbal coach doet zijn mond niet open en geeft ons de ijsjes. Bij vertrek laat ik onze naam in het gastenboek achter. Van de motorbotenclub die bij ons aan de steiger liggen horen we later dat hij spraakzamer was. Hij vertelde hen vol trots dat er eerder op de dag klanten waren geweest  ‘ All the way from Holland.’

De lokale supermarkt doet ons denken aan de Carieb. Het ziet er allemaal oud uit, alleen het hoog nodige is te verkrijgen en wat er aan spullen is, is prijzig. Dat dit kan in Amerika, vinden wij alleen maar prachtig. We halen een pizza en sluiten ons op tegen de muggen en vliegen. Vlak voor we in de kajuit duiken komt er toch een zwarte lucht aan, zoiets hebben we nog nooit gezien. Snel alle luiken dicht, we zijn net klaar als er een enorme stortbui en enorme wind op Storm met 49 knts op komststeekt. We zien zelfs even 49 knts (net windkracht 10) op de windmeter en lange tijd is het rond 35 knts. We liggen prima aan hoger wal, achter het huisje van de haven en een grote motorboot. We hadden de kinderen beloofd om samen weer eens een James Bond te gaan kijken als het regent, en zo geschiede. De kinderen vinden Roger Moore toch de echte 007.

De volgende ochtend is het schitterend weer. We maken nog een praatje met de motorbotenclub uit Annapolis. De groep gaat zo keurig gekleed, dat we ons bijna bezwaard voelen als we in onderbroek ons ochtend kopje koffie nemen. We kleden ons tegen onze gewoonte in, dus al voor de eerste kop koffie maar aan. Goos mag even naar de twee keer 1000 pk Detroit Diesel in machine kamer van onze buurboot komen kijken. In de machinekamer ligt zelfs vloerbedekking en het ziet er zo smetteloos uit. Het is bijna schoner dan onze woonkamer volgens Goos. 250 liter per uur bij 30 knopen, stationair al 10 liter per uur.

We genieten die dag van onze dagelijkse routine, schoolwerk, museumpje bezoeken en Goos gaat met de kinderen even naar het strand. In de tussentijd probeer ik onze boot eruit te laten zien als de machinekamer van de buren en draai even wat wassen, we hebben namelijk ‘onbeperkt’ water. ’ s Avonds gaan we in het restaurantje om de hoek lokale krabben eten. We proberen de krab met de harde shell en die met de zachte shell. Onze voorkeur gaat uiteindelijk toch uit naar de krab met een harde shell. We genieten enorm van dit authentieke eiland, de gedachte romantiek  en sluiten het in ons hart, jammer eigenlijk om weg te gaan.

In eerste instantie zijn we van plan om vroeg weg te gaan, maar het tij is niet gunstig. Als Milton bij ons langs komt lopen om afscheid te nemen, kijkt hij ook wel bedenkelijk. Of we niet beter kunnen wachten tot opkomend tij, want we steken wel erg diep. Tja en als iemand met 57 jaar ervaring (een echte ‘waterman’ zoals ze hier zeggen) in het gebied zoiets tegen je zegt, ga je niet bijdehand toch varen en luister je naar het advies. We wachten toch maar tot het tij gekeerd is en gooien los. Achteraf…… hadden we gewoon vroeg kunnen gaan.  

Er worden weer flinke onweerbuien voorspeelt, maar we zeilen probleemloos (nou ja motorsailen, de genaker kan er na een uurtje weer af)de 40 mijl naar Solomon Island. We gooien lekker ons anker uit, met 80 dollar voor de haven of 40 dollar voor een mooring is de keuze snel gemaakt. We gaan liever uiteten.

12 - 26 juni Reünies op de Chesapeak (Cambridge & Annapolis)

Pannenkoeken eten bij Willem Na een bezoekje bij Solomons Island is de volgende stop Cambridge, waypoint Willem. Er is een prima freedock waar we in de stad aan de kade kunnen liggen. We kijken er allemaal naar uit om Willem weer te zien, het is toch alweer 6 maanden geleden dat we elkaar tijdens de Atlantische overtocht dagelijks spraken. Het is dan ook een heel fijn wederzien. We vinden het wel gek om de boot achter te laten en de tandenborstels in te pakken als we een nachtje bij Willem en Miriam gaan logeren. Zodra de kinderen het huis, de tuin en de schuur zien vragen ze of we niet langer kunnen blijven. We hebben een erg gezellige tijd en genieten van de gastvrijheid van Willem en Miriam. De kinderen worden enorm verwend met pannenkoeken voor ontbijt en mooie muziekinstrumenten als cadeau (ik heb oordoppen gekregen).

We bezoeken samen het Cambridge Maritime Museum in St. Michaels. Elke museum heeft weer zijn eigen specialiteit, hier is het meest opvallend de collectie lokeenden en giga geweren. De topper is de zogenaamde ‘headache gun’. Volgens de maker moet je 2 aspirientjes nemen voor het schot en 2 erna. Het geweer is dan ook 3 meter lang. De Chesapeak ligt op een van de routes van eenden en ganzen tijdens hun trek naar het noorden of het zuiden. De jagers maken hier gebruik van en er wordt/werd dan ook erg veel gejaagd.

Hollands tafereel in CambridgeDe andere nachtjes slapen we op de boot en doen ’s morgens de cito toetsen om ’s middags weer af te reizen naar Willem. De verrassing is helemaal groot als ook de Tyche in Cambridge aankomt. De reünie houden we bij Willem in de tuin met een grote BBQ. De Tyche blijft logeren en wij mogen de auto lenen om terug naar de boot te gaan. Als we ’s avonds terug rijden komen we vossen tegen en zelfs 2 grote herten staan langs de weg. Ondanks dat de kinderen doodmoe zijn en meestal in de auto in slaap vallen, blijven ze allemaal rechtop zitten om te kijken of we niet weer een vos of hert tegen komen. Na 4 dagen gezelligheid met Willem en Miriam is het helaas weer tijd om afscheid te nemen. Het miezert en regent als we ’s morgens samen met de Tyche naar Annapolis varen. Nog even aan de wind met 30 knopen aan dek, even later kunnen we vanuit de Choptank river naar het noorden draaien en wordt het leven weer comfortabel aan boord.

Het is vol met allerlei zeilboten, van klein tot groot, als we Annapolis aanlopen. Dit zelfverklaarde sailing capitol of the World doet zijn eer aan. We pakken een mooring op en liggen prachtig voor de stad. De binnenstad is erg gezellig met leuke winkels en restaurants. Het is zeer hoog water door de regen en de kinderen hebben dolle pret in het enkel hoge water dat op straat staat. Een fotograaf van de lokale krant maakt foto’s en wil de namen van de kinderen hebben. Dit hebben ze nodig als ze de foto gaan plaatsen. Helaas staan we de volgende dag niet in de krant………..

Aangezien we allebei een nieuwe zeiljas nodig hebben en het hier regelmatig regent lopen we even bij de Helly Hansen shop binnen. We zien er mooie zeiljassen en ze zijn ook nog eens in de aanbieding voor Vaderdag. Als we vertellen dat Goos z’n oude Helly Hansen jas nodig aan vervanging toe is, geeft de verkoopster aan dat we die maar even moeten brengen. Er schijnt een levenslange garantie op Helly Hansen jassen te zitten. Goos krijgt zowaar 225 dollar terug voor zijn 18 jaar oude Teleac jas, plus nog eens een korting voor Vaderdag, heeft de jas uiteindelijk maar 18 dollar gekost, ofwel 12,90 euro. Nog nooit zo’n goedkope jas gekocht.

We huren weer een auto en voor we naar Washington gaan, bezoeken we een outlet mall. Deze is enorm groot en je kunt er zeer voordelige allerlei spullen van Nike, Disney of Hilfiger kopen. We zijn niet alleen, het is weekend, niet al te best weer (voor hier) en bijna Vaderdag. De topper is de outdoor winkel van Bass Pro. Jammer dat we de camera niet mee hadden. De entree is net de lobby van een jachtslot, een enorme open haard met leren banken en allemaal opgezette dieren, herten en zelfs beren. Ook verder binnen is de winkel bijna geen winkel te noemen. Er hangt zelfs een vliegtuig in, een 8 meter hoge klimrots en de decoraties zijn fantastisch. Naast de rijen hengels, boten, tenten ook een enorme schiet afdeling. Je kunt hier alles kopen wat je wilt, nog net geen M16, maar wel alle wapens waar Goos in dienst mee geschoten heeft. Volgens de verkoper kunnen wij als buitenlander deze ook gewoon kopen. Bizar eigenlijk.

The White HouseOp zondag bezoeken we Washington. De reisgids geeft aan de je beter met de metro kan gaan en daar de auto te parkeren, maar onder het motto ‘ er gaat altijd iemand weg’ wagen we het er maar op. In een half uur zijn we al bij the White House en vinden en prima parkeerplek voor de auto. No sweat dus. Het Witte Huis is een stuk kleiner dan we dachten. Via de parken die enorm wijds zijn opgezet lopen we naar the Mall. Geen winkelcentrum, maar een boulevard met wel 20 musea waar je gratis in mag. De ontwerper van het museumplein in Amsterdam hebben volgens mij hier hun idee vandaan gehaald. Veel groen en wijds opgezet. We beginnen met het Air en Space museum waar ze allerlei originele machines hebben staan. Van de X1 tot de Wright Flyer 1, Gemini, Apollo en Hubbel. Erg veel informatie en veel doe dingen voor de kinderen. In de foodcourt komen we de Laaxum tegen (hoe klein is de wereld) en lunchen gezamenlijk. We gaan ook nog de dinosaurussen in het Museum of Natural History bekijken. We zijn al wat moe en we houden het relatief snel voor gezien. Terug naar de boot en morgen weer een dag.

De volgende dag gaan we na de spits (voor zover ze dit hier kennen) weer naar Washington. Eerst naar het Museum of the American Indian. De kinderen willen eindelijk eens indianen zien, we zijn tenslotte in Amerika. Het is maandag en heerlijk rustig. Weer een prachtig museum alleen al het gebouw is erg mooi. De informatie over de indianen is vooral veel en niet zo op kinderen gericht. Het is zeer uitgebreid zelfs de Maya’s en de Eskimo’s komen aan bod. Erg indrukwekkend allemaal. Bij het naar buiten lopen komen de Saeftinghe tegen (!) en we besluiten gezamenlijk weer naar het Museum of Natural History te gaan. De Imax 3D dinosaurus film schijnt erg leuk te zijn en ook zijn we nog in veel afdelingen niet geweest. Na alles zo'n beetje gezien te hebben pikt Goos ons voor het museum met de auto op en rijden we nog even naar het Vietnam Memorial en Lincoln Memorial. We kunnen zo'n beetje voor de deur parkeren. Beide zijn erg indrukwekkend al hadden Goos en ik de Vietnam ‘muur’ groter voorgesteld. Op de trappen van het Lincoln Memorial laten we alle indrukken even bezinken en kijken naar de mensen en mooie gebouwen om ons heen. We vinden het een schitterende stad en zeer de moeite waard.

Inmiddels liggen we met 4 Nederlandse boten (Tyche, Saeftinghe, Laaxum, Walrus) zo’n beetje naast elkaar en de kinderen spelen over en weer. Goos vindt het vooral erg leuk om een 'alle schepen, alle schepen, alle schepen' oproep te doen als hij het drijvende De vaders gaan zwemmendorp wil oproepen. De Nederlandse kustwacht is tenslotte ver weg. Na alle schoolreisjes is het ook weer lekker om even aan boord te zijn. Geen idee waar dit vandaan komt, maar de dames zijn allemaal druk met poetsen en wassen. De mannen gaan in de tussentijd met de kinderen naar het zwembad. Als ze terugkomen, hoor ik alle verhalen van de overdaad aan strenge regels aan. Als topper was het hele lange fluit signaal dat ze hoorden waarna het hele zwembad leeg liep. Eerst denken ze, mooi alle kinderen van summer camp gaan naar huis, maar het is 15 minuten zwemmen voor volwassen. De kinderen mogen niet eens aan de rand zitten. Na de verbazing verwerkt te hebben vermaken de mannen zich met een wedstrijd wie het verst onder water kan zwemmen. Je moet toch wat. De kinderen hebben gemengde gevoelens over het zwemmen hier en de volgende dag is er ook eigenlijk geen animo meer. Dat zegt wel wat. Fallmouth was erg, dit was erger.

Het plan wordt geboren om weer eens een potluck te doen en de Saeftinghe is zoals altijd weer zo gastvrij om het bij hun te doen. Erg gezellig als ook Reender zich aansluit bij de borrel. We hebben elkaar 15 jaar niet meer gezien en aangezien hij in de buurt woont komt hij ook even langs. Hij wordt vooral door Goos en Erik uitgehoord hoe het is om in de USA te wonen en te werken….. Met de 3 Cobbs op een rij en een meute kinderen op de kant is het weer erg gezellig. De volgende dag maar een uurtje langer slapen.

Tussen alle museum bezoeken door, ronden Gijs en Ties hun laatste toetsen van het schooljaar af. Het schooljaar zit er bijna op. Het schoolwerk is prima gegaan, hoewel het niet altijd even makkelijk was. Na een week Annapolis is het tijd om weer verder te gaan. We willen graag met de 4th of July in New York zijn en hebben nog 10 dagen om daar te komen. Eerste stop de Sassafras river.

27 & 28 juni Lekker relaxen op de Sassafras River

We worden niet echt blij van alle dode vissen die we onderweg in dit deel van de Chesapeak langs zien drijven. Het staat in contrast met de mooie natuur op de kant. Gelukkig ziet het rondom de ankerplaats op de Sassafras River beter uit en het water is zelfs weer zoet en heerlijk van temperatuur. De volgende dag wordt er dan ook volop in het water gespeeld en geklooid. Heerlijk om een dag lekker even niets te hoeven. Dat klinkt voor de achterblijvers misschien raar in de oren, maar meestal zijn de dagen behoorlijk gevuld met varen, school, toerist spelen, kinder entertainment en bijvoorbeeld boodschappen doen.

Gijs aan de beurt.jpgDe afkoeling is nodig, want het is enorm warm en windstil. Ook de ‘grote’ kinderen herleven hun jeugd als ze met de surfplank achter de nieuwe dinghy van de Saeftinghe gaan wakeboarden. ‘Wat lopen jullie nou stoer te doen’ is de treffende opmerking van Ammedee (12 jaar). Goos, Erik en Lars leven zich uit als jonge goden, echter na 20 jaar zijn sommige goden wat kilootjes aangekomen. Ok, eerlijkheid gebied me te zeggen, dat de kilootjes ook voor mij gelden en ook ik vind het heerlijk om hard achter de dinghy heen en weer te gaan op het board. Dat fijne schuurpapier van het board op je buik voelen als je erop klimt brengt oude herinneringen van vakanties van vroeger weer naar boven. Het is een mooie afsluiting van de Chesapeak Bay.

29 - 30 juni Op weg naar New Jersey

We varen met elkaar richting de Delaware Bay. In het Chesapeak & Delaware Canal is het belachelijk druk. Het is weekend en in Chesapeak City is net het jaarlijkse Canal Day. Druk, druk en veel, heel veel, gewoon te veel motorboten die geen boodschap hebben aan de ‘no wake’ zone. Alles scheurt voorbij en door de golven schudden we regelmatig heen en weer. Het eerste plan is om bij Salem te tanken en voor anker te gaan, maar als we zien dat de ankerplek naast de snelweg is en het tankstation er niet meer is, wijken we uit naar Reed Island. Prima ankerplek, en prima vertrekpunt om naar Cape May te gaan.

De Friese kopploeg op Delaware.jpgHoewel we een zeilboot zijn, hebben we in Amerika erg veel op de motor gevaren. Er is elke keer gewoon te weinig wind. Denk dat we sinds Florida zo’n 1000 mijl op de motor hebben gevaren, gelukkig is de diesel hier in de aanbieding. We willen in Cape May nog even tanken voor we naar NY gaan. Om de stroom mee te hebben staan we vroeg op. Gelukkig worden we gewekt door geluid van het ophalen van het anker van de Tyche, anders hadden we ons verslapen. Het is wel uniek om met 4 Nederlandse boten op de Delaware te varen. De Friese kopploeg gaat voor ons uit. De stroom rafelingen rond Cape May geven een lekker knobbelig zeetje en we zijn blij dat we dit niet hoeven te doen met veel wind. Een gedeelte kunnen we gelukkig nog een beetje zeilen.

Cape May heeft een mooi centrum, maar de strand en boulevard vinden we maar een platte bedoeling. Het is net een Belgische badplaats. We halen weer een kar vol boodschappen (we hadden uiteraard eigenlijk niets nodig) en nemen een taxi terug naar de haven waar onze dinghy ligt. Morgen de laatste lange tocht van deze reis, 117 miles naar Sandy Hook.

naar boven