11 – 13 maart Tortola British Virgin Islands (foto's Virgin Islands)

Na een mooie zeiltocht van 12 uur gooien we ons anker uit in de Gorda Sound op Virgin Gorda. We horen eindelijkwahoo for diner weer krekels en geiten. Even geen wind die om onze oren waait of deining die ons heen en weer schut. Onderweg hebben we een flinke Wahoo gevangen en die leggen we lekker op de BBQ als avond maal. Moe en voldaan rollen we ’s avonds ons bedje in. De volgende ochtend zien we een bootje van customs (de douane) over de ankerplaats controles doen. Een noviteit in de Carieb. We waren van plan om te zeggen dat we ’s nachts waren aangekomen en liever niet door wilden varen. Toch halen we maar snel ons anker op en varen naar Spanish Town waar we kunnen  inklaren. Voor Goos staat een Amerikaan in de rij, die een boete (62 USD) krijgt. Hij is ’s nachts aangekomen en lag ook in de Gorda Sound en was wel gecontroleerd. Hij had volgens de douane ’s nachts door moeten varen en meteen zich ’s morgens bij customs moeten melden. De Amerikaan had overigens keurig zijn gele vlaggetje opgehangen om aan te geven dat hij vrij is van ziektes e.d., dat had hij waarschijnlijk beter niet kunnen doen. Wij slaan dat meestal over. Met een cruising permit van 10 dollar mogen we de komende 3 weken op de BVI rond varen. Helaas is hier geen zeilmaker te vinden en ons wordt aangeraden om naar Nanny Cay op Tortola te gaan. We liggen op deze ankerplek bij Spanish Town enorm te rollen en vinden het niet erg om even door te varen. We nemen afscheid van de schildpadden die rond onze boot zwemmen en varen nog even een stukje verder. Het vaargebied is hier erg overzichtelijk, alle eilanden liggen op een vaarafstand van ongeveer een uurtje. Eigenlijk net te kort om even lekker door te zeilen. In Nanny Cay’s Marina vinden we een zeilmaker en leveren we eindelijk de genaker af. Volgende week kunnen we de genaker weer op halen en in de tussen tijd gaan wij nog een aantal eilandjes hier verkennen, te beginnen met Norman Island.

Op weg naar de Virgin Islands las ik nog een mooi stukje in het tijdschrift Cruising World, You’ve got mail. Damn. Het gaat over de huidige communicatiemiddelen. In de tijd van Bernard Moitessier (de jaren 60) was het thuisfront blij met een brief die van de ene boot met de andere werd meegegeven. Moitessier, die meedeed aan de eerste Golden Globe solo race rond de wereld, deed zijn berichten in een pakket en slingerde dat naar een voorbij komende boot. Deze boot bracht het vervolgens weer verder. schildpadZo duurde het soms maanden voor het thuisfront bericht kreeg. Het thuisfront wist niet beter en verwachte ook niet meer. Hij was weg en onbereikbaar. Eigenlijk is dat ook een reden waarom wij zijn gaan cruisen. Weggaan en even onbereikbaar zijn. Maar met de huidige communicatiemiddelen vind ik dat ik moet mailen en de website moet bijwerken. Bovendien wordt er ook van ons verwacht dat we mailen en bereikbaar zijn. Als er dan een netje is en we liggen te gieren achter ons anker en de verbinding klapt er elke keer uit, kan ik last van ‘netstress’ krijgen. Er ontstaan dan minder gezellige taferelen hier aan boord. Mijn korte lontje zorgt dat de rest van de bemanning ook korte lontjes krijgt. Ik zit dan angstvallig naar het beeldscherm te kijken of er nog verbinding is en wil niet gestoord worden. Nog erger, we gaan speciaal de wal op voor een verbinding en de aangeprezen wifi hotspot net die dag uit de lucht is. Het ergste is, dat je dan bijna vergeet te genieten van de natuurschoon om je heen. Inmiddels zijn wij er aangewend dat niet op alle plaatsen waar we komen internet en email vanzelfsprekende zaken zijn. Gelukkig heb ik vandaag naar de pelikanen en de schildpadden kunnen kijken op de ankerplaats. Vanavond nog even in de haven en halen we het optimale uit de internet verbinding. Inmiddels gaat het al beter en vind ik het niet zo erg dat we even geen mail hebben of een bijgewerkte website. Morgen gaan we weer verder naar kleine eilandjes zonder internet. Sorry voor de lezers en het thuisfront, we gaan verder met genieten en zijn even niet bereikbaar……

13 – 20 maart 2009 Tortola, Norman Island, Peter Island, Jost van Dyke (BVI)

We laten de genaker achter in Nanny Cay op Tortola en genieten nog even van het zwembad. Zoals al aangekondigd, we zijn vervolgens naar allemaal eilandjes zonder internet gegaan. Het klinkt idyllisch en dat zou het ook zijn als er niet Prive zwembadongeveer 500 boten in de verhuur zijn op de BVI als wij er in het hoogseizoen rondvaren. Kortom, we zijn niet alleen. Het lijkt wel het IJsselmeer, het is druk op het vaarwater en op de ankerplaatsen. Er is wind op komst dus zoeken we een ankerplek met weinig swell en dat doen er meerderen. We liggen met 150 boten in de Pirates Bight op Norman Island, voornamelijk charterboten met veel mensen. De BVI is in vroegere tijden vooral een verstopplek geweest voor piraten die vanuit de beschutting van de Virgin Islands de handelsscheppen plunderden. Het verhaal gaat dat er op Norman Island nog een schat verborgen ligt. Tot de dag van vandaag is de schat niet gevonden, maar het zorgt wel weer voor mooie merchandise. Op de kant is een trendy strand tent en een souvenirwinkel, alles in het teken van deze piratenbocht. Geen vers brood te vinden. Wij vermaken ons vooral met het kijken naar de heen en weer varende charteraars die een mooring proberen te vinden, op te pikken en als dat niet lukt maar weer eens een poging ankeren te doen. Ze varen in de ochtend naar andere baaien, dan is de ankerplek even weer rustig. Tegen het eind van de middag zoekt iedereen weer een baai op en wordt elke meter benut.

Voor het schoolritme is de BVI’s prima, korte vaarafstanden en geen golven van betekenis. Na het schoolwerk verkassen we naar een andere baai en dan is er nog tijd genoeg voor het strand plezier. De onderwater wereld wordt ook uitvoerig vastgelegd met de nieuwe onderwatercamera. Helaas bleek het een echte onderwater camera te zijn en na 3 duiken vol met water en vervolgens onbruikbaar. Tja en even terug naar St. Maarten om te klagen kan niet, dus weer wat voor de To Do lijst op de Bahamas.

OnderwaterwereldWe dachten dat het in de Pirates Bight druk was, maar als we later White beach en Great Harbor op Jost van Dyke bezoeken lijkt het nog drukker. Bij White Bay, waar we met de dinghy vanuit Great Harbor naar toe varen, liggen de powerboats op een meter van elkaar. Voor het eiland heeft nog een cruiseschip al zijn passagiers op het strand uitgespuwd. Iedereen concentreert zich rondom de strandtent de Soggy Bar. In de Lonely Planet en de National Geographic gids staat, dat het ‘the place to be’ is en je vooral een ‘painkiller’ cocktail van 15 USD moet drinken. Tja, en dat doet dan iedereen. Wij zoeken onze heil aan de andere kant van het strand bij Ivan’s No Stress Bar. Ook hij verkoopt shirtjes met zijn eigen naam en zit met zijn gitaar ons de entertainen. Het is hier veel rustiger en we kijken onze ogen uit.

De mooiste legende van de BVI is natuurlijk Foxy. Foxy heeft een tent bij Great Harbor en staat bekend om de hippe feesten. De winkel naast zijn strandtent met zijn merchandise is groter dan de lokale supermarkt en hij doet goede zaken. In het noord westen van het eiland is er nog een tent van Foxy. Ook daar treedt hij volgens de pilot dagelijks op. De man is geboren in 1908, en hij is blijkbaar op twee plaatsen tegelijk, hoe doet hij dat. Gelukkig hebben we ook een rustige plek aan de zuidkant van Peter Island gevonden. We liggen er overdag alleen en tegen de avond met 3 andere boten. Zo zijn er meerdere mooie plekken, je vindt ze vooral door de hippe tenten uit de weg te gaan en zo min mogelijk de omschrijving van de slechte pilot te volgen. Onze voornaamste doel van ons BVI bezoek was de genaker reparatie. Dat is naar alle tevredenheid gelukt. De BVI is mooi, maar in het hoogseizoen ons iets te druk. Helaas is het erg ingesteld op toeristen met de daarbij uitbuitende prijzen voor de dagelijkse dingen, 5 euro voor een pak melk of broodje vonden wij wel iets te veel van het goede. Maar ja, als je er maar een weekje bent, dan neem je dat voor lief.

naar boven