25 maart – 2 april Grand Turk, Six Hills, Provodenciales (Turks & Caicos Eilanden) (foto’s TCI)

Na het ontbijt vertrekken we richting de Turks&Caicos eilanden, een tocht van ongeveer 340 mijl. De eerste dag is onstuimig, veel wind, golven en Nederlands bewolkt. De groene vlekjes met veel wind die voorspeld worden op de gribfiles blijken iets groter. We zitten met zeilpak en laarzen aan in de kuip, de 3-4 meter golven komen dwars tegen de boot over de kuip rand heen. Ook voor het eerst sinds lange tijd aan de lifeline. Met daar de nodige regenbuien bij, lijkt het een tocht te worden die in de top 3 van rottochten mag komen. De boot lijkt weer een bokkende stier en schut ons heen en weer. Zeeziekte steekt hier en daar de kop op en veel gegeten wordt er niet. Dat is wel weer goed voor de lijn………….. De snelheid zit er wel goed in en we leggen in 24 uur bijna 170 mijl af. Gelukkig neemt in de loop van de tweede dag de wind en golven iets af en wordt het wat dragelijker aan boord. Er wordt ook weer wat gegeten en de zon laat zich zien. Het laatste stuk is het weer mooi zeilen en met de visvangst gaat het prima. Eindelijk klinkt aan boord het liedje van Ernst&Bobbie, ‘Mijn Tonijn, mijn tonijn, ook wat is het reuze fijn……’.

Voor anker bij Six Hill Island.jpgOm 13.00 laten we het anker vallen bij Grand Turk. We proberen de douane te bereiken, maar niemand thuis. Dan maar een andere keer. De ankerplek is vrij rollerig door het weer van de afgelopen dagen en we gaan proberen een betere plek dichter bij het dorp te vinden. Volgens de pilot moet dit de moeite waard zijn. De swell bij het dorp is nog hoger (je ligt zowat in de branding) en we besluiten het maar te laten voor wat het is. Op naar Cockburn Harbour op South Caicos. De wind zit mooi in het zuidoosten en we genakeren over de Turks passage naar de overkant. De schade blijkt keurig gerepareerd door de zeilmaker op de BVI’s. De ankerplek is door de ‘niet-normale’ windrichting open en er staan flinke golven op de drempel. Binnen op 2,7m water is er nog wel wat van over en we liggen lekker te schommelen. De windgenerator leeft helemaal op.  Na navraag gedaan te hebben bij de andere 2 boten in de baai is ook hier douane ‘optioneel’. Goos gaat braaf de kant op en vanuit de lokale supermarkt wordt geprobeerd de ambtenaar te pakken te krijgen, maar helaas. Het dorpje stelt niet heel veel voor al zijn de mensen uiterst vriendelijk. Ook zie je verder op het eiland flinke appartement blokken van zes, zeven hoog in de steigers staan. Niet echt fraai en volgens mij meer geschikt voor het massa toerisme. Vraag is of deze hier naar toe gaan komen. We hebben nog steeds geen goede pilot van dit gebied kunnen vinden en we lenen er een van de Canadese catamaran ‘Dancing Walrus’. Handig toch zo’n scanner aan boord en terwijl Goos met de kinderen naar het strand gaan scan ik de halve pilot.

Turks&Caicos 057.jpgDe weerberichten geven nog 1 dag flinke wind en daarna de hele week weinig wind. We willen op zich wel weg van deze ankerplek, maar om de ondiepe Caicos bank over te steken naar Provo heb je goed zicht nodig wegens de alom aanwezige coral heads. Dit zijn oude, nieuwe, groeiende koraal hompen die boven de zeebodem uitsteken. Op dieper water geen probleem, maar als de diepte naar de 3 meter gaat wordt het meer opletten met onze 2 meter diepgang. Als er teveel golven staan zie je de bodem veel  minder goed. We besluiten naar een klein eilandje te gaan (Six Hills) waar je mooi beschut zou kunnen liggen. We vinden een prachtig plekje in een kommetje en liggen met een hekanker erbij als een huis. Geen boot in de verre omtrek, prachtig kristal helder blauw water en blauwe luchten. We brengen de dag door met snorkelen, wassen, onderwater schip krabben (bijna 2 duiktanks er door heen, zo goed is de conditie….) en vissen. Tijdens het snorkelen zien we weer van alles onderwater. Meike schiet van schrik het water uit als ze met haar flipper tegen een rog gaat. Gijs en ik zien een barracuda. De barracuda blijft me volgen als ik wegzwem, als ik me omdraai en hem recht aankijk dan zwemt hij pas weg. Ik herhaal het wegzwemmen en aankijken een paar keren en besluit maar achteruit naar de boot terug te zwemmen en blijf de barracuda aankijken. Ik weet dat hij weinig doet, maar ik hou zo'n beest met scherpe tanden liever op afstand.

Ook proberen we het eiland te verkennen. Het eiland is begroeid met cactussen en andere dichte prik struiken, vol met gaten en overal ritselende leguanen. We komen niet ver. Als we ‘s middags aan de borrel zitten komen een paar lokale vissers langszij. Zij hebben hetzelfde uniform als wij (de onderbroeken club kennen ze hier ook) en vragen of we zin hebben in lobster of conch. Conch zien we nog niet zo zitten wegens de als moeilijk omschreven schoonmaak procedure, maar lobster lijkt ons heerlijk. We krijgen een emmertje vol met 2 soorten. Ze vragen hier niets voor en dat hebben we wel anders meegemaakt. Je merkt duidelijk dat in dit gebied niet veel zeilers komen.  We kunnen ze gelukkig wel een paar koude blikjes drinken geven. De lobsters passen precies in onze grootse pan en na 20 minuten koken hebben we mooie rode exemplaren. De meningen over de smaak lopen uiteen, maar voor Goos is het een ‘all you u can eat’.  Na het eten wordt de disco gestart en maken we met z’n allen een dansje van geluk. Hier doen we het voor, wat een mooi paradijs.

Woehaaa de oermens in Ties komt boven.jpgHet weer is inmiddels afgekoeld en we gaan ankerop de Caicos bank over. Er lopen verschillende routes overheen met variërende dieptes en clusters coral heads. We kiezen voor een min of meer veilige route met de optie halverwege te kunnen ankeren achter French Cay, een zandplaatje met 3 palmbomen. Onderweg doen we school, nog meer was, lekker spelen met lego en in de pauze zwemmen achter de boot. Voor top en takel lopen we net 1 knoop en met de banaan en stootwil aan lange lijnen dobberen we erachter. Snorkels op en we zien de bodem aan ons voorbij trekken. Meike moet je wel in de gaten houden want die heeft een lagere rompsnelheid dan de Walrus, maar heeft dit zelf nog niet geheel door. Als je onder water kijkt lijkt er niet veel water onder de kiel te staan, maar de minste diepte die we zien is 2,7 meter en de coral heads zijn makkelijk te omzeilen. Al snorkelend achter de boot zie je de sporen van de conches in het zand. Ze zien er van boven af als leeg, maar als je ze oppakt zie je de slak zitten. Toch maar een paar opduiken en kijken wat we ermee kunnen. We vinden ook nog een giga zeester en gaan proberen deze te drogen. Het plaatje om ons heen is werkelijk schitterend en zo uit de folder. Het water is kraakhelder en azuurblauw en je kunt de bodem onder je door zien schuiven. Uiteraard is het strakblauw en bezeild….

Conches schoonmaken blijkt erg mee te vallen, (als je het boek Mango’s aan boord leest is het errrgggg moeilijk, we zijn misschien toch handiger dan we denken) en het bereiden idem. s’Avonds eten we heerlijk gebakken conch. De volgende keer er maar meer opduiken. In Sapodilla bay vinden we eindelijk een keer douane en vlak voor sluitings tijd klaren we nog in. Dat heeft als voordeel dat ze allemaal naar huis willen en vlot door de documenten heen gaan. We krijgen een cruising permit voor 7 dagen en zijn 15 USD lichter. Dat valt mee.

We verkassen met de boot naar de niet afgemaakte haven bij Cooper Jack. De zeer behulpzame Simon van South Side Marina geeft ons over de VHF de aanvaarroute. Het is namelijk erg ondiep op sommige plekken en vol coral heads. Wij kunnen er alleen met hoogwater komen. Voor we de smalle doorgang tussen de rotsen ingaan, nemen we nog even de net iets te ondiepe binnenbocht. Volgens de kaartplotter konden we er wel overheen, maar we lopen toch vast. We komen er makkelijk weer uit en zien het als een goede oefening voor de ICW (Intra Coastal Waterway). Het is geen mooie plek, maar vanaf hier kunnen we makkelijker naar de South Side Marina. Deze marina is voor ons te ondiep. Simon, de havenmeester, is een zeer vriendelijke Engelsman die ons geheel vrijblijvend heen en weer brengt naar de supermarkt en de boekwinkel. Ik zit met de kinderen in de laadbak van zijn pick up en Goos zit al kletsend voorin. Via Simon regelen we een huurauto voor de volgende dag en laten we de duikflessen bijvullen.

Met de huurauto verkennen we het zeer droge eiland. Er zijn in de 'binnenlanden' salinas (zoutpannen) te zien en aan het ondiepe westelijke gedeelte zitten vooral heel veel hotels. Vanaf de weg slechts een beetje te zien. We piepen tussen een paar hotels door en genieten even van het poederzachte zandstrand. We bezoeken de conchfarm, uniek in de wereld. Op deze farm kweken ze conches voor de handel. Jaarlijks worden er ruim een miljoen conches geexporteerd. De laatste boodschappen worden nog ingeslagen voor we de auto weer inleveren. In een overvolle dinghy varen we weer terug naar de boot.

Morgen verlaten we TCI en gaan we naar Mayaguana (Bahamas).

naar boven