Atlantische oversteek 29 november – 15 december 2008 (foto's oversteek)

We liggen weer voor anker. We liggen in Prickley Bay, Grenada, een van de zuidelijkste Caribische eilanden. De boot ligt weer rustig, we kunnen weer door de boot lopen zonder ons continue vast te hoeven houden. De kinderen zijn dolblij dat ze weer kunnen zwemmen, de hele tijd zee om je heen en dan vervolgens niet kunnen zwemmen is namelijk heel gek.

‘Ook zonder haast gaat een dag snel voorbij’ (Bergman). We hebben dit aan den lijve ondervonden. Op zaterdagmiddag 29 november zijn we om 2 uur uitgevaren. Willem van de Basjoc was een paar uur eerder vertrokken en had ons al opgeroepen dat er veel golven waren. In de haven rookte het al behoorlijk, maar ja je moet toch een keer gaan. Toch maar een pilletje extra slikken. De Tyche en Laaxum hebben onze lijnen losgegooid en stonden ons uit te zwaaien. Het is weer even slikken bij het afscheid. Het zal zeker een maand of langer duren voor we elkaar weer zullen treffen. Sinds Camarinas (Spanje) varen we al met elkaar op, voor het eerst hebben we een andere bestemming en zullen wij niet op de kant of boot staan zwaaien als ze aankomen. Wij gaan namelijk een stukje zuidelijker in het Caribisch gebied.

We hebben met de Nederlandse boten die nog in Mindelo liggen weer een SSB netje afgesproken. Via de korte golf radio zullen we twee maal per dag contact met elkaar houden. De meeste boten vertrekken uiteindelijk een week na ons en kunnen we elkaar niet altijd even goed horen. De stalen boten hoor je langer en beter dan de plastic boten, wegens de veel betere aarde. Maar ja om daar nu een staal voor te nemen.

Als we eenmaal achter de eilanden zijn is er een enorm warrig zee. We zijn allemaal wat katterig, maar niet echt zeeziek. Het schiet in ieder geval wel op. De eerste avond wordt ons avondeten opgevrolijkt door een groep dolfijnen, waarbij een van de dolfijnen bijna twee meter boven de golven springt. Via de VHF (de marifoon) hebben we regelmatig contact met Willem. In het begin ligt hij nog een aantal mijlen voor ons. Uiteindelijk varen we bijna twee weken lang op VHF bereik van elkaar op een afstand van ongeveer 20 mijl! Willem vaart iets noordelijker, zijn bestemming is namelijk Barbados. Het is heel bijzonder om zo met twee boten over de oceaan te gaan. We zien elkaar niet, maar we weten dat er iemand in de buurt is. We hebben elke dag een kletspraatje, niet alleen over de wind en de golven maar over van alles. Namens Willem sturen we mailtjes naar zijn Miriam zijn vrouw. We vinden het heel bijzonder om zo getuige te zijn van zijn solotocht.

In het begin moeten we even zoeken naar een ritme. We ontbijten laat en eten vroeg. Iedereen heeft tijdens de tocht een andere slaapplaats. Goos en ik liggen op een van de banken in de kajuit. De kinderen liggen op bij ons in de kajuit of in onze hut achterin. Onze hut is zowiezo hun ‘holletje’, ze liggen er met de Nintendo’s te spelen en af en toe een filmpje te kijken. Verder wordt er geknutseld en naar luister CD’s geluisterd. Vooral de jongens van de Kameleon zijn favoriet. ’s Morgens haalt Goos de weerkaarten op en hebben we het ochtend netje. Even de weerberichten en emails aan Willem doorgeven, wordt een vast patroon. Knutselen’s Middags doen we (soms) schoolwerk, dan is de zon namelijk uit de kuip en is het prima uit te houden. Om 4 uur lokale tijd is het happy hour. Dan wordt er popcorn gemaakt en zitten we met z’n allen de kletsen in de kuip. De kinderen vinden dit zo leuk, dat ze soms al om 11 uur ’s morgens vragen of het al popcorntijd is. Soms vertellen we elkaar verhalen. Of we zitten te fantaseren wat we allemaal gaan doen als we in de andere haven zijn of als we weer terug in Nederland zijn. Om half 6 eten we, zodat we voor het donker klaar zijn. Na het eten gaan de kindjes tandenpoetsen, nog even spelen en dan naar bed. Als iedereen in bed ligt is er nog even contact met Willem over de VHF en daarna is de rust aan boord gekeerd.  ’s Nachts hebben we een wachtsysteem, 3 uur op en 3 uur af. Goos en ik zitten dan omstebeurt in de kuip om alles in de gaten te houden. In de praktijk maken we de uren aan het begin van de nacht korter door later te beginnen en alleen de laatset twee wachten zijn 3 uur. Overdag laten we het wachtsysteem los, maar doen wel een slaapje als we denken daar behoefte aan te hebben. In het begin van de tocht slaap ik erg veel. De nachten zijn schitterend. Enorme sterrenhemels met miljoenen sterren. Na een paar dagen op zee wordt de maan steeds groter en hebben we maanlicht die de zee doet fonkelen. De kinderen komen soms uit bed om ook even de sterren te bekijken. Tijdens de wacht zitten we meestal een boekje te lezen of zitten we naar een muziekje te luisteren. Voor de zekerheid hebben we een kookwekker bij de hand. Als we echt moe zijn laten we elk kwartier de wekker afgaan om weer wakker te worden en om even om ons heen te kijken. Om de paar dagen nemen we even een korte douche, we moeten namelijk enigszins zuinig zijn met water. Het is heerlijk om het plakkerige zout even van je af te spoelen. Vooral ’s nachts kan het namelijk wel eens klammig en plakkerig worden. Petje af voor de boten die het zonder douche doen.

Er is wat afwisseling in het ritme als de kindjes op 5 december worden opgeroepen op de VHF. Wat is dat nou, Sinterklaas roept ze op. Sinterklaas vraagt aan de kindjes hoe het met ze gaat en of ze een liedje voor hem willen zingen. Vol ongeloof kijken ze ons aan, dat kan toch niet. Ze roepen meteen ‘Dat is Willem’, maar de twijfel is erg groot. Sinterklaas vertelt hen dat speedboot Piet net terug is gekeerd en een zak cadeautjes heeft gebracht. Ze zouden op het brugdek moeten staan. De kinderen gaan meteen kijken en ja, er staat een enorme vuilniszak met cadeaus. Als Ties het sinterklaaspapier ziet roept hij: ‘ Dan was het toch echt Sinterklaas, want Willem heeft niet van dit pakpapier.” Sinterklaas wordt volmondig gedankt en de cadeaus worden in rap tempo uitgepakt. Meike heeft heleboel nieuwe polly pocket, Ties een playmobil circus arena met leeuwen en Gijs meccano. De volgende dagen wordt er volop met het nieuwe speelgoed gespeeld. Ook al rollen de schroeven en moeren van de ene naar de andere kant voor de kuip, het lukt Gijs om de meccano boot in elkaar te schroeven. Er komen in de loop van de dagen wel heel wat vragen. “Hadden wij het echt niet gemerkt dat er een speedboot piet was langsgekomen? Maar jullie houden toch de wacht?” Tja…..

De eerste dagen komen we bijna geen andere boten tegen en wanen we ons alleen op de oceaan. Tijdens een wacht van Goos komt er een visserboot wel erg dicht in de buurt. Ook al draaien wij weg, hij draait weer bij. Het geeft ons een onbehagelijk gevoel. We zetten de motor bij en geven volgas, we willen zo ver mogelijk uit de buurt. Na 4 dagen zien we andere boten aan de horizon verschijnen. Een aantal ARC-ers (Atlantic Rally for Cruisers) zijn zuidelijk gevaren in de hoop meer wind te treffen. Samba op de oceaanZe zijn de 23e vertrokken vanuit Gran Canaria met zo’n 250 zeilboten. Een leuke gewoonte op de oceaan is dat je een andere boot in zicht hebt, elkaar oproept op de VHF. Gewoon even een kletspraatje maken. We kijken elkaar erg verbaasd aan als we ineens de Samba op de VHF horen. De Samba is met de ARC mee gegaan en we hebben maanden met elkaar gevaren. Als je het probeert af te spreken zou het niet lukken, maar we komen elkaar midden op de oceaan ‘tegen’. Uiteraard roepen we ze meteen op, even bijkletsen met Michiel. Van hem horen we dat de Saeftinghe 40 mijl voor ons ligt. Diezelfde avond komt een zeilboot dicht in de buurt. We worden opgeroepen om te vragen wat onze koers is, blijkt het de Wanderer 4 te zijn. Ook een Nederlandse boot die we al een keer eerder hadden ontmoet. Bizar, midden op de oceaan, met 2 Nederlandse boten op zicht afstand en we kennen ze ook nog. We varen een bijna een week zo gelijk op binnen VHF bereik van elkaar, soms kunnen we elkaar zelfs zien. Hun bestemming is St. Lucia dus aan het einde van onze tocht buigen zij weer naar het noorden en zien en horen we elkaar niet meer. Af en toe hebben we nog contact met andere boten op de oceaan.“This is the American catamaran Zia, sailing to the Carieb, calling the sailing yacht in front of us with the beautiful colored sail, before the  beautiful sunset’. He, dat zijn wij. De oproep resulteert weer in een leuk gesprek met lotgenoten. Ze hebben foto’s van ons genomen, we krijgen een raadsel mee (‘why is twice eleven the same as twice ten’, wie het weet mag het zeggen) en we hopen elkaar in de Carieb nog te zien. Na 2 weken communiceren via de VHF en de SSB zijn we gedeformeerd, tijdens de telefoongesprekken die later volgen zegt Goos regelmatig ‘over’ aan het eind van de zin.

Vis aan de haakNa 2 dagen hebben ook de vissen ons gevonden of wij de vissen. Soms springen ze van de haak, maar meestal gaat het goed. De eerste dorade (ook wel mahi mahi of goudmakreel genoemd) is natuurlijk een overwinning. Goos haalt de lijn binnen, Gijs giet de berenburger in de kieuwen. De alcohol verdooft de vis, waardoor de vis makkelijk van de lijn te halen is en makkelijk te fileren. We maken de dorade meteen schoon en net als de lunch wordt geserveerd hebben we weer beet. Dit keer is het een hele grote. Dat is wat moeilijk in het visnetje te hijsen, goede reden om een vispikhaak te maken. De techniekles van de volgende dag bestaat dus uit de opdracht: “Hoe kunnen we met de middelen die we hebben een goede scherpe vishaak maken.” Tja, nou zijn we wel een beetje familie McGuyver (vrij vertaald naar de serie waar McGuyver in de meest benarde situaties alleen met zakmes iets heel handigs weet te knutselen) dus is zo’n opdracht niet echt ingewikkeld. Een tangetje dat gebruikt wordt om haken uit de visbek te halen wordt tot haak gebogen, bijgevijld en vast getapet aan de normale pikhaak. We hebben een mooie scherpe en stevige haak als resultaat. De haak heeft ons bij de volgende visvangsten enorm geholpen. Het levert alleen wel een bloederig tafereel op en al snel zit de achterkant van de boot vol bloedspetters. Een beetje luguber tafereel.

Hele grote visDe mannen aan boord vormen tijdens de tocht een echt visteam. De een haalt binnen, de ander hijst de vis uit het water en de vis wordt vakkundig met de alcohol verdoofd. Goos is al snel kundig in het fileren van de vissen. We proberen de variatie in de pan, oven, knoflook of kerrie varianten uit. Het is smullen. Behalve de dorade vangen we ook Wahoo’s. Die smaken ons beter. Helaas is het nog niet gelukt om tonijn te vangen. De kinderen vinden het visgebeuren een feest, zonder blikken of blozen kijken ze naar het bloederige fileren en vinden het helemaal niet eng of vies.
Op een morgen zitten de kinderen met de knuffels te spelen. De knuffels zijn de denkbeeldige vissen en de grond van de kuip is de zee. Een touwtje met een lus fungeert als hengel en hiermee vangen ze hun knuffels. ‘Vis aan de haak.’ wordt er geroepen. “Alcohol, alcohol, alcohol’ roept Gijs op een keer, ‘ik moet hem verdoven’. Zo wordt de dagelijkse gang van zaken in het spel meegenomen Goos, die het begin van het spel niet had meegekregen, kijkt raar op. Hij dacht even dat het over het drank gebruik aan boord ging ;-).


 

Tijdens de tocht hebben we heel verschillend weer. Het ene moment is de zee net als het IJsselmeer, dan weer zijn er enorme golven. We hebben in het begin relatief weinig wind. Op een dag zelfs zo weinig dat Goos en de kindjes een bad nemen in de oceaan. Wasdag op de oceaanGoos hield zich aan de zwemtrap vast en de kindjes mogen omstebeurt met hem in de oceaan. De lucht is geen uur hetzelfde, van veel wolken tot kleine vlokjes. We zijn tijdens de tocht dan ook erg druk met de zeilvoering.

Het lekkerste varen we op de genaker (ook wel halfwinder genoemd, een licht zeil net als een spinaker, maar anders gesneden). Dan hebben we het minst last van klapperende zeilen als de wind te weinig is, en de boot ligt veel rustiger. Als de wind meer dan 20 knts wordt zetten we het groot zeil op. Bij voordewindse koers als het even kan met uitgeboomde genua erbij, maar vaak alleen het grootzeil. Dat is het rustigste. De wind varieert enorm, waardoor we veel de zeilen moeten wijzigen. In de loop van de tocht worden we steeds kundiger met de zeilvoering. Tot op het laatst veranderen we op tijd de zeilen. Een apart  fenomeen op de oceaan zijn de squalls. Meestal komen die in de avond. Je ziet een enorme donkere lucht aankomen, die gepaard gaat met veel wind,  soms veel regen en soms met onweer gepaard. Met Michiel van de Samba hebben we het uitgebreid over op de VHF. We hadden in het Noorden het onweer zien flitsen en blijkbaar waren daar ARC-ers midden ingekomen. Ze hadden heel veel wind (60 kts) gehad.

Het bericht maakt ons wel een beetje zenuwachtig. De avond erna hebben we de zeilen vol staan als we door Willem worden opgeroepen. Hij heeft erg veel wind en waarschuwt ons wat er aan staat te komen. We hadden de buien al op de radar gezien, en met de oproep van Willem erbij twijfelen geen moment. We trekken snel 2 riffen in het zeil en rollen de genua verder in. Op het moment dat we klaar zijn steekt de wind op tot 30 knts. Het is geen squall, die is namelijk van korte duur. Dit front is groter, we hebben tot de volgende ochtend gemiddeld 30 knts wind (windkracht 7) met uitschieters tot 42 knts (windkracht 8/9). De golven komen soms horizontaal over de kuip. Onder de buiskap zitten we prima, maar de zeiljassen zijn wel tevoorZonsondergangschijn gehaald. We zijn geen moment bang. De Walrus is een stevig schip en houdt zich onder deze omstandigheden super. We zijn trots dat we deze storm hebben doorstaan. Tijdens de storm hebben we contact met Michiel en Willem, zo hebben we ook weer steun aan elkaar en wisselen we ervaringen uit. De kinderen hebben van dit natuurgeweld niets gemerkt en slapen rustig door. Meike wordt alleen even wakker als ze wat wilt drinken. Ze kruipt vervolgens weer op de bank. Als ik klaar ben met mijn wacht is het heerlijk om tegen haar warme lijfje aan te kruipen. De tweede week hebben we meer wind en dus ook meer golven. Op de genaker gaan we als een speer en is het super mooi zeilen. En dan te bedenken dat we de genaker bijna thuis hadden gelaten. We genieten er heel erg van en halen het optimale uit de boot. Als we Grenada in zicht hebben zien we op de radar weer squalls aankomen. We kunnen er redelijk tussendoor manoeuvreren en er komt maximaal 25 kts uit. De genaker kan het prima aan. Misschien toch wat overmoedig en omdat de andere squalls met genaker goed gingen, laten we tegen het gevoel in de genaker staan. We zijn er bijna……. De lucht is toch wel erg zwart….. ineens enorme buien en windvlagen, pang, fladder, shit….. 15 mijl voor de eindbestemming scheurt de genaker bij een uitschieter van 35 kts aan flarden. In bakken komt de regen naar beneden, ondertussen hijst Goos de genaker aan boord. Het laatste stuk varen we alleen om de genua en komt er nog een flinke poeier wind op het eind. Tussen de buien door met het licht van de maan varen we om half 3 ’s morgens lokale tijd de baai binnen. We varen een klein rondje en gooien ons anker uit en zetten de motor uit. Wat een stilte. We ruiken ook ineens land, een gekke ervaring. De kinderen kruipen uit hun bed en komen even kijken. We genieten van het aankomstbiertje en een chipje. We hebben het geflikt en we zijn er!

De volgende ochtend is iedereen vroeg wakker. Binnen een mum van tijd zijn de rubberboten opgeblazen en in het water getakeld. Er wordt gevaren, gezwommen en de dingen gedaan die we ons op de oceaan hadden voorgenomen om te doen. Alle opblaasbare zwemspullen worden verder uit de boot getoverd en opgeblazen; funtube, banaan, kokodil, surfboard met alles wordt gespeeld. Er wordt van de boot af gedoken en geplonsd, heerlijk we kunnen weer zwemmen. Na al het geplons nemen we even de tijd voor een champagne ontbijt. Eindelijk mag de fles open om te vieren dat we er zijn. Na de champagne weer aan de slag. Mijn voornemen op zee was vooral schoonschip maken. Alles is plakkerig van zweet en zout van de zee. Per hut wordt alles aangepakt en opgeruimd. De bedden weer met schone lakens en het speelgoed weer op zijn plek. Na een halve dag werk is de boot weer fris en opgeruimd. Tijdens het opruimen, tover ik de kleine kerstboom die we hadden meegenomen tevoorschijn. Met blote billen wordt de boom door de kinderen versierd. Kerstboom versieren

Terug naar boven