Ankeren

In Nederland heeft elk schip een ligplaats aan een steiger of box in een jachthaven en zijn er goede jachthavens onderweg. Deze worden steeds zeldzamer naarmate je zuidelijker komt (daarbij zijn het 'onnodige' kosten en lig je voor anker lekker rustig) en in de Cariben is een marina vaak een steiger waar je nog net je dinghy kunt aanleggen. Kortom in de Cariben, Bahamas en verder westwaarts wordt er geankerd. Ik heb een aantal materiaaltips verzameld en op een rijtje gezet voor zeiljachten vanaf ongeveer 35-40 voet: ankerlier, ankerketting, anker, tweede anker, kettingstopper, snubber, kettinghaak, lijn, sluitingen en wartels, de ankerbak en deckwash.

Verder hebben we ook wat ankertips met betrekking tot ankerstijlen; 99% regel, plaatsen van anker, ankermanoeuvre, Franse charterbak stijl, rollen tijdens ankeren, ankeren op stroom en ankeren met storm.

Ankerlier; Een ankerlier heb je echt nodig. Een elektrische ankerlier is zeer aan te bevelen en vanaf 40 voet noodzaak. Het is erg handig om een uitvoering met zowel kettingwiel als kaapstander te hebben. Je hebt dan nl. meteen een elektrische lier die gebruikt kan worden om bijv. de bijboot op te hijsen (tegen diefstal) of aan dek te hijsen voor als er gezeild moet worden, of om iemand de mast in te hijsen voor onderhoud aldaar. In slechtere omstandigheden kun je jezelf van een ondiepte of rif trekken.

En onderschat (veiligheids) aspect van een elektrische lier is dat je makelijk opnieuw ankert als je niet geheel lekker ligt en met een hand anker lier hier geen zin in hebt. Zorg dat de vrijloop goed werkt want dat is de beste manier om te ankeren (ipv. elektrisch omlaag).

Ankerketting; Dus geen ankerlijn. Nu moet ik toegeven dat je in de Cariben toch regelmatig kleine jachten zie met enkel een ketting-voorloop van een meter of 6 en de rest lijn. Dat kan dus wel denk je..... je ziet echter ook vaak jachten met een krabbend anker of jachten die enorm achter hun anker liggen te gieren en dat zijn meestal die jachten die lijn ipv enkel ketting gebruiken. Een lijn geeft ook problemen als die achter een rots of stuk koraal komt en dan snel kan doorschavielen. Met 40 meter kom je een eind maar niet overal. Als je niet meer mee kunt of wilt nemen, zorg dan dat je deze makelijk kunt verlengen met lijn. Of, als je ankerlier dat toelaat, splits die lijn dan alvast aan de ketting. Denk aan 50 meter lijn. De beste (en helaas duurste) lijn hiervoor is de 8-strengs (octoplait) gevlochten lijn. Deze kinkt nooit en is zeer goed aan een ketting te splitsen. Vaak is het nodig om grotere begin- en eind-schakels aan de ketting te laten lassen.

Alles bij elkaar kan erg zwaar worden maar daar is nog wat aan te doen: neem een zgn. high tensile ketting. Een standaard ketting is dan van het BBB type ofwel Grade 30 (staat "BBB" of "G3" op elke schakel). Je kunt echter een high tensile, Grade 40 kiezen. Die is sterker waardoor je meestal met een kleinere maat kunt volstaan! Er zijn nog veel sterkere ketting-types: Grade 70 ("G7") waardoor je met 8 mm wegkomt ipv 13mm. Hierdoor kun je veel gewicht besparen of meer ketting meenemen want deze neemt dus ook veel minder ruimte in beslag in de ankerbak. Je moet alleen niet vergeten dat de ketting ook bijdraagt aan de houdkracht van het anker, zorgt ervoor dat de trekkracht op het anker zo horizontaal mogelijk op de bodem is. Ook dempt een zware ketting de krachten die door swell en golven op het anker komen. Bij een lichte ketting worden deze effecten duidelijk minder.

Wij hebben 300 voet (100 meter) ketting BBB aan boord. Voor het dagelijks gebruik zit 60 meter in de ankerbak en 40 meter in de bilge.

Een paar extra stukken ketting zijn handig; twee lengtes van 3 meter met passende sluitingen welke om betonnen palen, mangrovewortels etc. gezet kunnen worden zodat de lijn niet doorschavielt; en een paar lengtes van 6 meter welke als voorloop gebruikt kunnen worden (voor de extra ankers) of om twee ankers te koppelen om in een zgn. tandemconfiguratie te ankeren. Deze stukken ketting hoeven niet op de ankerlier te passen.

Anker; Welk anker en hoe zwaar? Volgens de boeken is een Danforth of Fortress soortgelijk niet bruikbaar als hoofdanker (lees onbetrouwbaar omdat ze zich slecht opnieuw zetten als ze zijn gaan krabben). De beste keuze is volgens eigen ervaring een Rocna, Bruce, Spade of Delta. Zorg wel dat het geen imitatie is want die werken meestal veel slechter of worden al snel kromgetrokken. De almachtige CQR doet het in de Cariben bijvoorbeeld erg slecht, maar je ziet er nog genoeg mee rondvaren........ Punt van aandacht is ook welk type anker goed op het bestaande ankerbeslag past.
De meeste vertrekkers nemen 1 maat groter dan de advies-maat uit de tabel van de fabrikant. Dat is dan het zgn. stormanker volgens die fabrikant. Als ze al aangeven wat zij onder "storm" verstaan (de kleine lettertjes bij de tabel) dan zie je daar 30 knopen wind staan. 30 knopen heb je in de Carieb al op een mooie middag.

Doe dat dus anders: meet bij de anker-roller wat het grootste anker is dat erop past. Denk dan na wat je moet veranderen om nog groter te gaan. Steve Dashew stelt: als de mensen op de steiger in de lach schieten als ze je grote anker zien ben je op de goede weg. Bestel dan nog een maat groter als je durft. Dan blijf je wellicht nog liggen tijdens een forse bui met het anker in een dun laagje zand over rots of dood koraal. De ankergrond is niet altijd diep zand of klei! Een zgn. lunch-anker neem je gewoon niet mee.
Wat voorbeelden van maten: 40 voet jacht: 30 kg Rocna, Spade of Delta of een 40 Kg Bruce (om de mindere houdkracht te compenseren). 50 voet jacht: 40kg Rocna, Delta of Spade of 50 kg Bruce.

Tweede anker; En dat lijstje kan aangevuld worden met 3e, 4e anker enz. Neem minstens 3 ankers mee. Als het eerste anker zo groot is als hierboven beschreven dan zijn de Fortress ankers als 2e anker plezierig vanwege het lage gewicht en deze zijn te demonteren in hanteerbare onderdelen. Een echt stormanker (als 2e anker gezet) is dan voor 40ft de FX-55 (en geen FX-37 dus) van Fortress. Vanaf 50 voet kun je zelfs de FX-85 overwegen.
Het 3e anker is een maat kleiner dan het eerste en een ander type. Als je bijv. een 40 kg Rocna als primaire anker hebt, kies je een 30 Kg Bruce. Voordeel van het Spade anker is dat deze uit elkaar kunnen en je ze beter in bijvoorbeeld de bilge kwijt kunt. Sommigen nemen een Yachtsman/Fisherman anker mee voor bijvoorbeeld rotsbodem. Een vierde anker zou een kleine Fortress zijn om een lijn op het strand te zetten als er geen palmboom staat en het vijfde anker is een heel kleine danforth voor de bijboot. Neem geen paraplu-ankertje mee voor de bijboot en ook hier is een korte kettingvoorloop eigenlijk nodig!

Kettingstopper; Als het enigszins mogelijk is: monteren. Er komt een dag dat deze de boot redt. Zorg voor een enorme backing-plate onder het dek (net als bij de ankerlier) of nog liever een dwars-schot.

Snubber; De snubber wordt aan de ene kant aan de ankerketting vastgemaakt (het eenvoudigst is met behulp van een zgn. kettinghaak) en aan de andere kant vastgezet op een bolder op de boeg (voordeel van een kettinghaak met borg is dat als de snubber breekt je nog wel de haak hebt). Daarna wordt de ketting wat verder uitgevierd zodat alle kracht op de snubber komt en de ketting in een ruime lus hangt. De snubber zorgt ervoor dat de rukken aan het anker gedempt worden door de rek van de snubber (daarom moet de snubber niet te kort zijn. Ook wordt de ankerlier of ketting-stopper ontzien.

Ik gebruik standaard 3-strengs nylon lijn van 16mm en 8m lang. Wij hebben twee snubbers klaar voor gebruik en wisselen die af en toe om. Waar de snubber over het ankerbeslag gaat beschermen we hem met oude brandweerslang. Deze zijn lekker taai.

De kettinghaak. Het beste is een rvs uitvoering (liefst met borg, dan hoef je niet te duiken als de snubber breekt). Zo'n haak gaat minstens 15 jaar mee. Een gegalvaniseerd type is na een jaar al geheel geroest, maar werkt wel. Deze zijn overigens voor weinig te koop in een ijzerwinkel, ze worden gebruikt in de industrie en transport. We hebben geen enkel probleem ontdekt met het gebruik van een rvs haak op een gegalvaniseerde ketting, wat komt doordat er geen electrische verbinding ontstaat omdat de rest van de snubber van touw is (en dus geen galvanische corrosie zoals je die wel krijgt met een rvs harpsluiting tussen een gegalvaniseerde ketting en anker).

Sluitingen en wartels; Een gegalvaniseerde ankersluiting met daarin gestanst de maximum working-load (MWL in tonnen). Wat de verkoper in de winkel ook zegt, die bestaan echt en als dit er niet in staat gestanst is de sluiting niet getest. Bijvoorbeeld Kong uit Italie heeft geteste modellen en ook de Wasi powerball is een fraaie 'geteste' connector. Helaas vrij kostbaar. Zorg wel dat de connector goed kan draaien en er geen zijdelingse krachten op de connector kunnen komen. Somminge ankers hebben standard een harp aan het anker zitten, anders zelf een goede er aanzetten. Hieraan wordt dan de connector bevestigd. Een prima alternatief voor de anker connectors is gewoon een goede harp van bijvoorbeeld Wichard (met breeksterkte erin), goed geborgt met locktite (bij inbus) of monel draadje.

Als je een high tensile ketting gebruikt, past de pin vd sluiting vaak niet door de schakel vd ketting. Dat is de reden dat je een grotere begin- en eind-schakel op de ketting moet laten zetten (aan beide kanten zodat je de ketting om kunt draaien halverwege vervanging). Ook dus bij die extra 6-meter lengtes of je neemt daar een grotere maat standaardketting voor.

Een wartel is eigenlijk niet nodig en een extra risico. Een draaiing in de ketting lost zichzelf op als het anker uit de grond komt. Een nieuwe ketting draai je met de ankerlier de ankerbak in.
Het uiteinde van de ketting dat niet aan het anker zit moet met een flink sterke lijn verlengd worden zodat de ketting nooit in z'n geheel uit kan lopen en overboord verdwijnen. Maak dit stuk lijn zo lang dat het al wel voorbij de ankerlier komt zodat het in geval van nood daar doorgesneden kan worden.

Ankerbak; De meeste ankerbakken werken niet. Bij inhalen stapelt de ketting op tot deze de lier bereikt en die blokkeert. Je moet die ketting-toren dan omver trappen om weer verder op te kunnen halen. Meestal is dan de ketting al van de lier gelopen en ligt het hele zaakje weer overboord. Als alles er eindelijk inzit loopt het met uitvieren weer vast. Bij veel jachten is er geen andere keuze dan hier handig in worden.
Als er ruimte voor is kun je de lier verder naar achteren plaatsen zodat er meer ruimte onder de lier ontstaat. Een hoge smalle bak (bijv. 30 x 30 x 100 cm) is ideaal. Als je dan onderdeks een stuk uitlaatslang aan de lier monteert tot net boven de bak, voorkom je (modder)spetters en loopt de ketting altijd zonder ingrijpen naar binnen en naar buiten. Een 30 cm diameter rioolpijp is perfect. Zorg voor een aantal afvoergaten onder in de bak van minstens 20 mm diameter. Als de onderkant vd bak onder de waterlijn zit (en dat zit 'ie met zo'n hoge bak) gaat dat meestel de bilge in of zo'n mooi tankje/pomp combinatie voor een douche van bijv. Rule. Ook krijg je een stuk ketting dat over dek loopt tussen de lier en de ankerroller. Je hebt dan meteen de ruimte voor een kettingstopper. Je kunt dan een baan Treadmaster of RVS op het dek legen tegen de ketting te beschermen (noodzaak!)

Deckwash; Erg handig is ook een deckwash pomp binnen bereik. In bepaalde gebieden is de ankergrond erg modderig (o.m. Nederland) en dan is afspuiten ideaal. Ook een ‘mud-dam’ is een toevoeging zeker als je veel ankert in moddergrond. Dit is een soort dijk die de punt afschermt van de rest van het dek zodat het vieze water niet over het dek verder kan lopen.

De 99% regel; In 99% van de gevallen ankeren wij altijd op dezelfde manier: Met 1 anker. Dat lijkt logisch maar toch zien we ook cruisers met 2 ankers aan de gang en dat komt meestal omdat hun anker gekrabd heeft en de boot niet betrouwbaar op 1 anker ligt. Als je 2 ankers gebruikt omdat 1 "niet houdt" zet je ze in een hoek van minstens 45 graden en beide vanaf de boeg. Waarom is dit eigenlijk gepruts:

  • Het hoofdanker is niet goed of groot genoeg,
  • Je bent niet alleen op de ankerplaats. De buren met goede ankers hebben maar 1 anker uit en draaien daardoor anders om hun anker heen waardoor het moeilijker in te schatten is waar een nieuwkomer het anker moet plaatsen.
  • Het tweede anker wordt meestal met het merendeel lijn ipv. ketting gezet. Die lijn staat dan ver vooruit waar mogelijk (vooral in het donker) boten en dinghies tegenaan varen. Ze zien immers de ketting en/of snubber omlaag staan en rekenen niet op die extra lijn.

Als iedereen een 360 graden rondje om het anker draait gaat dat wonderlijk vaak goed. Met twee ankers lig je vaker in de knoop. Als dat dan nog een paar keer gebeurd krijg je de zaak niet meer omhoog. Vermakelijk zijn de cruisers die 's-ochtends met hun dinghy de boot aan het rondduwen zijn om het uit de knoop te halen.

De belangrijkste reden om geen 2 ankers te gebruiken: in nood ben je niet snel ankerop of je moet een anker achterlaten. Dat is dan het tweede anker en die lijn drijft/zweeft dan net genoeg om bij zowel jezelf als de buurman in de schroef te komen met een enorme ellende tot gevolg.

Koop een goed zwaar anker en gebruik dat ene anker in 99% van alle gevallen.

Plaatsen van het anker; Als wij een nieuwe ankerplaats opvaren, varen we eerst rustig rond. We kijken hoe diep het is en hoever de jachten van elkaar liggen. We kijken of er soms doorgaande routes zijn (hier zijn geen beboeide vaargeulen) waar je niet moet ankeren etc. Als we veel jachten met stootwillen zien weten we meteen dat er vaak charterjachten zijn; we gaan dan dichter bij een andere cruiser liggen dan normaal in de ijdele hoop dat er geen bareboat charter tussenkruipt. Die hoop vervliegt zodra je de Franse vlaggetjes of rode rolfokken ziet.

De basisregels:

De andere jachten hebben net zoveel ketting uitstaan als 6 x de diepte van de plek waar hun anker ligt. Je hebt natuurlijk 100% ketting en geen lijn en ankert dus ook niet in de buurt van een jacht met lijn want die heeft vaak veel meer uitstaan in een ultieme clueless poging om niet te krabben. Je zet zelf dus ook 6x de diepte aan ketting; Wij zetten eigenlijk immer 40 meter ketting, ook al is het niet zo diep. Je kunt als het anker gezet is altijd wat meters in halen en ook lig je rustiger aan een lange ketting. Hoe dieper het is, hoe kleiner eigenlijk de factor kan zijn. Dit komt door het gewicht van de ketting die recht naar beneden hangt.

Als er net op de plek waar je anker erin moet een bult met maar 4 meter water is zet je toch die 40 meter uit want die heeft je buurman ook uit.

Als er een andere boot ligt op de plek waar het anker erin moet, leg je het net achter die boot. De spetters van de plons mogen bij wijze van spreken daar de kuip invliegen zolang het maar er achter is en niet net ernaast. Wij hebben weleens vooruit moeten motoren terwijl we voor anker liggen zodat de achterbuurman het anker onder onze boot vandaan kon halen: niet netjes.

Bij buren opzij blijf je minstens 40 meter vandaan (en dat staat los van de lengte ketting!). Als daar geen ruimte voor is, tuf je er eerst eens langs om te overleggen. Vaak weten ze een beter plekje en in ieder geval geven ze aan of ze er wel of geen probleem mee hebben als je zo dichtbij ankert.

Net zoals we ons anker niet onder in de draaicirkel van de voorbuurman plaatsen zorgen we ervoor dat we zelf niet boven het anker van de achterbuurman komen.

Ankeren hoort met enkel ketting en niet een voorloop van 3 meter en dan lijn. Het draai gedrag is met lijn heel anders dan met ketting en dat is soms erg vervelend. Echte zeilers hebben ketting!

Ankermanoeuvre; Hoe dichterbij "de plek" we komen, hoe langzamer we gaan. Na een paar uur oefenen kun je zelfs bij veel wind zowat pas op de plaats met de neus in de wind blijven liggen door op het juiste moment dmv roer en een stoot gas correcties te geven. Met een beetje geluk kun je de bodem zien en kies je een mooi plekje zand uit ipv gras, koraal of stenen. Als de boeg dan boven dat plekje deinst laat ik het anker vallen. Als er te weining wind of stroom is slaan we rustig achteruit. Als we minimaal 3x de diepte uit hebben staan draai ik de koppeling wat aan zodat de ketting al wat strak komt maar nog wel blijft uitlopen. Hierdoor komen we alweer beter met de kop op de wind te liggen. Als ik 6x diepte (of 40m) uit de lier zie komen draai ik de clutch vast. De ketting komt helemaal strak. Het anker wint en al snel trekt het gewicht van de ketting ons met een vaartje vooruit. Het anker is gezet. Je hoeft dan niet alsnog achteruiit te slaan, het anker zit er dan al goed in.

Als we twijfelen of het anker al goed zit zetten we de motor nog even (langzaam) achteruit en als de ketting strak komt kijken we of hij houdt. Wij geven nooit veel gas achteruit zoals wel wordt geschreven. Naar onze ervaring graaft het anker zich door de zachte trek bewegingen van het schip vanzelf dieper in ( als het anker goed ontworpen is) en als je gelijk volgas eraan gaat trekken trek je hem er juist weer uit voordat hij kans gezien heeft. Als de ketting schokt krabt het anker. Als hij niet snel wel houdt (binnen 5 meter) halen we alles weer omhoog. Het anker moet helemaal schoon voordat het opnieuw kan, anders zet het mogelijk niet. Gras en koraal brokken zijn het vervelendste. Soms zit er echte rommel in als ankerkettingen (hopelijk niet van de buurman) of lijnen.  

Als het anker de trek-proef heeft doorstaan, wordt de snubber gezet en de ketting in de stopper gestopt. Als het water helder is kun je met snorkeluitrusting nog even op het anker duiken om het daar beneden te controleren.

De Franse (charterboot) stijl; De Fransen hebben een alternatieve en in hun visie vast een betere methode: men vaart met flinke vaart naar de plek waar jij net op final approach zelf wilde ankeren. Bochten trekkend waarbij de zalingtips zowat het water raken, stoppen met een enorme zwarte rookwolk de bateau even af en donderen het mickey-mouse formaat Plastimo ankertje omlaag. Nog voordat de kop omwaait wordt de volledige 10 meter (!) ankerketting bovenop het anker gegooid zodat het goed de bodem in wordt gedrukt (het is immers maar 4 meter diep, dus 10 meter ketting is zat) en voordat de ketting strak komt is de voltallige bemanning al in de dinghy onderweg richting de kant. Nu zit je te lachen en wat een leuke grap is dit, maar na een seizoentje cruisen in de Caribe zul je mogelijk ook naar de stootwillen grijpen bij het zien van de jolige driekleur op z'n kant en tot dezelfde conclusie komen.

Anker Mores; Het is een goed gebruik om de boot die voor je aankomt de tijd te geven een anker plekje te vinden. Niets is zo irritant als jij een potentieel plekje gevonden hebt en nog even rond kijkt er iemand anders gelijk op je eerste plek gaat liggen.

Ook zie je veel mensen al moeilijk kijken en/of wijzen als jij net bezig bent met ankeren. Ze zijn bang dat je te dicht bij hun komt te liggen. Op zich prima, maar je moet iemand wel de kans geven zijn anker neer te leggen en op zijn beoogde plek te komen. Soms geef je in begin iets meer ketting en als het anker zich heeft gezet neem je weer wat in. Als blijkt dat iemand echt te dicht bij ligt is een vriendelijk overleg op zijn plaats. Ook een paar aanwijzingen van degenen die er al liggen kunnen plezierig zijn (stroming, ondiepe plekken, waar nog een goede plek is, etc.etc.).

Rollen; Een rollerige ankerplaats is geen pretje maar soms ontkomen we er niet aan. Om het te verminderen zijn er een aantal mogelijkheden:
Je kunt een zgn. bridle naar het achterschip zetten, dat werkt als volgt: Neem een lijn minstens zo lang als het schip. Haal de ankerketting iets in zodat de spanning van de snubber af is en knoop een lus (paalsteek) in het uiteinde dat normaal op de kikker zit. Knoop hier de bootlengte lijn (paalsteek door paalsteek) aan en breng die lijn buiten alles langs naar een schootlier achter. Ga nu langzaam de ankerketting uitvieren. De boot gaat nu steeds meer dwars op de wind liggen. Hierdoor kun je de boeg recht in de deining ipv in de wind richten zodat het rollen stopt. Zet nu de extra snubber voor en regel de fijnafstelling met de schootlier. Er komt wel veel meer spanning ophet anker want de windvangst wordt veel groter.

Een hekanker of lijn naar de wal. Zie daar die palmboom op het strand. Anker vlak voor het strand en breng zwem/dinghy de lange lijn naar de boom en regel alles zo dat de boeg in de golven wijst. Hou rekening met locals die de lijn willen jatten of uit baldadigheid doorsnijden. Als de boom er niet staat kun je een ankertje naar de wal roeien en in het strand begraven.

De rocker stopper. Een goede optie zijn de Magma rvs platen welke scharnierend aan elkaar zijn bevestigd. Dit hang je mbv spi-boom of giek zo overboord dat het ingeklapt omlaag beweegt, maar bij naar boven bewegen het spul uitklapt en zo het rollen dempt. Dit werkt verbazend goed. Een simpele manier is de dinghy zo ophangen dat hij net drijft bij omlaag gaan en net los van het water komt de andere kant op.

Stroom; Ankeren op stroom is eigenlijk vrij simpel. Ipv in de wind sturen stuur je in de stroom en dat is het verhaal. Wel kan het vervelend worden als we bijv. op een rivier liggen waar het tij keert zodat we telkens een 180 graden draai maken, met het risico dat dan het anker loskomt. Een anker wat zich goed zet (Bruce, Rocna) geeft rust, een CQR of Fortress zou ik niet aandurven. Hangt natuurlijk wel af wat voor ankergrond je hebt.

Als het krap is op de ankerplaats halen we de "Bahamian Moore" uit de doos. Na gewoon geankerd te zijn, laten we eerst de 50m ankerketting (of ongeveer de dubbele lengte van wat we uit hebben staan) uitvieren. Nu zetten we een extra anker overboord (een Fortress werkt nu goed want er wordt straks altijd naar dezelfde richting aan getrokken) en laten die lijn uitvieren terwijl we de ketting weer binnenhalen tot de normale lengte. De 2e lijn bevestigen we met en harp aan de ankerketting en laten het geheel 3-4 meter vieren (nu kan de boot met zijn kiel niet blijven hangen achter de lijn en ook is de trekkracht op de ankers zo horizontaal mogelijk). Dan trekken we de 2e lijn strak en beleggen die op een voor-kikker. Je hebt nu je eigen mooring gemaakt en blijft keurig op 1 plek liggen. Bij kerend tij zal de boot nu draaien zonder dat de kiel of roer achter de lijn blijft hangen en komen we op het andere anker te liggen. De boot verplaatst daarbij nauwelijks dus check of de buren ook zo geankerd liggen of ver genoeg van je vandaan liggen. Op deze manier kun je ook heel dicht op een mooring veld ankeren zonder het risico bij draaiende wind of stroom boven op de mooring boten te komen.

Storm; Storm is geen hurricane. Storm is gewoon erg harde wind en we willen een extra zekerheid aanbrengen dat we op de plek blijven liggen. Wij hebben die extra zekerheid al in het extra grote anker en goede kletting ingebouwd en vertrouwen daar op. Als je van mening bent dat het toch nodig kan zijn dien je ruim voordat de storm er is maatregelen te treffen.

De mooiste oplossing is twee ankers in tandem. Als het goed is heeft het hoofdanker aan de achterkant al een oog voor bevestiging van een neuringlijn (ankerboeitje). Die gebruiken we nooit want dinghies varen er dwars overheen en Franse charterboten denken dat het een mooringbal is en knopen het schip er aan vast. Het tweede anker (bijvoorbeeld een Fortress) zetten we met circa 6 meter ketting aan dit oog.
De truc van de tandem is dat de houdkracht geen optelsom van beide ankers is maar een vermenigvuldiging. Het grote zware hoofdanker hoeft enkel maar de 6 meter ketting richting de Fortress op de bodem te houden zodat de kracht op de Fortress parallel aan de bodem is en niet schuin omhoog. De houdkracht van de Fortress is in die situatie welhaast oneindig.

Als je al comfortabel ligt kun je ook een serieus tweede anker met ketting en lijn met de bijboot uitbrengen. Dit geeft ook extra zekerheid. Kijk wel wat de anders boten om je heen hebben staan en je niet bij bijvoorbeeld draaiende wind boven op hun draait en daardoor geen kracht kan zetten op het tweede anker.

naar boven

(last update: 30 juni 2009)